Waarom droegen we vroeger hoeden? 

Vroeger droegen we allemaal hoeden, zowel de man als de vrouw. Tegenwoordig zien we dit eigenlijk nog maar weinig. Vroeger werd een hoed namelijk gebruikt om je hoofd warm te houden, je te beschermen tegen de zon en ook om aan te tonen van welke klasse je kwam. Zo droegen dokters, directeuren, burgemeesters en andere belangrijke mensen een hoge hoed om aan te tonen dat ze belangrijk waren. De arbeiders die juist in de velden en fabrieken werkte droegen een platte pet. Als je bij de middenklasse hoorde droeg je een gleufhoed. Een hoed heren was in die tijd dus heel normaal. 

De vrouwen droegen voornamelijk grote hoeden en mochten ze altijd ophouden. Als je nog niet getrouwd was, was dit nog niet erg belangrijk maar na het trouwen werd er van je verwacht dat je de hoed buitenshuis altijd zal dragen. 

De verdwijning van de hoed 

Er zijn verschillende theorieën waarom deze gewoonte is weg gegaan. Een van deze theorieën is de auto. Door een auto te gebruiken bij slecht weer was het niet meer nodig om een hoed daarvoor te gebruiken. Het zou kunnen kloppen, na de tweede wereldoorlog werd de auto namelijk nog belangrijker en verdween de hoed helemaal. Maar ze droegen de hoeden ook in de zomer, waarom dit dan is weggegaan weten we dan weer niet. Het kan natuurlijk ook gewoon zijn zoals bij elke mode dat het overwaait en na een tijdje weer terug komt, zoals we nu langzaamaan weer zien.  

Tegenwoordig 

Tegenwoordig wordt de hoed vooral gedragen bij speciale gelegenheden of door belangrijke personen. Hierbij kan je denken aan het koningshuis maar ook aan een bruiloft. Sterker nog, tegenwoordig is het op bepaalde plekken juist erg onbeleefd als je de hoed ophoudt. Zo is het gebruikelijk om je hoed af te zetten als je binnen bent of met een grote groep bent. Toch kan je de hoed heren overal met gemak dragen en komt het gelukkig langzaamaan weer in.